Ministerie van Algemene Zaken

Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
Persbericht ministerraad
14 februari 2003

Kabinet positief over hervorming gemeenschappelijk landbouwbeleid

De plannen van Europees Commissaris Fischler voor de verdere hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) zijn volgens het kabinet gedurfd maar onvermijdelijk. Het kabinet vindt het een goede zaak dat de essentie van de aanvankelijke voorstellen overeind is gebleven en is verheugd dat een aantal Nederlandse suggesties voor verbetering, zoals op het gebied van zuivel en aardappelzetmeel, zijn overgenomen. De voorstellen markeren een nieuwe stap op de weg naar een fundamentele hervorming van het GLB. Ze bieden perspectief op een meer marktgericht en duurzamer landbouwbeleid. De voorstellen dragen bij aan de Nederlandse ambitie dat marktwerking in de landbouw moet worden versterkt. Uitgangspunt van de voorstellen is het plafond voor de landbouwuitgaven zoals afgesproken tijdens de Top van Brussel in oktober 2002. Een gevolg hiervan is de geleidelijke vermindering van de inkomenstoeslagen (degressiviteit) die nodig is om de geleidelijke introductie van de inkomenstoeslagen in de nieuwe lidstaten en verdere hervormingen van het GLB te kunnen financieren. De hervorming van het GLB is nodig omdat de moderne samenleving nieuwe eisen stelt aan de wijze waarop de landbouwproductie tot stand komt. Vanuit die gedachte ondersteunt het kabinet het principe van `cross-compliance' waarbij financiële steun wordt verbonden aan Europese eisen op het gebied van bijvoorbeeld milieu, voedselveiligheid, gewasbescherming, diergezondheid en dierenwelzijn. Als dit principe EU-breed wordt toegepast, is eerlijke concurrentie tussen de lidstaten gewaarborgd. Een belangrijk aandachtspunt is wel het beperkt houden van de administratieve lastendruk die de invoering hiervan met zich mee zou kunnen brengen. Het kabinet zal de SER advies vragen over de manier waarop `nieuwe' maatschappelijke doelen zoals natuur, milieu, dierenwelzijn en voedselveiligheid een nog betere plaats kunnen krijgen in het GLB. Verder is hervorming noodzakelijk om de EU een goede uitgangspositie te geven bij de onderhandelingen in de WTO over verdere vermindering van handelsverstorende steun aan de landbouw. Als de voorgestelde hervormingen doorgang vinden, zal het GLB minder handelsverstorend zijn en minder onder druk liggen in de WTO. Dit geeft de EU de ruimte om de Europese belangen te behartigen. Vanuit deze internationale context ondersteunt het kabinet het principe van ontkoppeling van de directe inkomenssteun van de productie. Een kanttekening daarbij is dat het kabinet nader onderzoek wil naar de effecten van ontkoppeling op de teelt van zogenaamde vrije producten (producten die niet of slechts zeer beperkt worden ondersteund). Indien ontkoppeling leidt tot onoverkomelijke problemen voor bepaalde sectoren, dan dient hiervoor op Europees niveau een oplossing te worden gevonden. Verder moet ontkoppeling volgens het kabinet leiden tot een verlaging van de administratieve lastendruk voor overheid en ondernemers. Het kabinet is van mening dat correcties op het marktsysteem zoveel mogelijk moeten worden beperkt en dat het interventiesysteem teruggebracht dient te worden tot een vangnet. De voorgestelde prijsverlagingen worden in zijn algemeenheid ondersteund. Het kabinet vraagt zich wel af of het zinvol is om de interventieprijs voor granen met 5 procent te verlagen en of het nog noodzakelijk is het aanbod te beheersen via het instrument van verplichte vaste braak.


De voorstellen voor de vervroegde en meer ambitieuze hervorming van de zuivelsector worden door het kabinet ondersteund. Wel dient er nader inzicht te worden verkregen in de gevolgen die dit heeft op de inkomens en de financiële positie van de bedrijven. Het kabinet heeft vraagtekens bij de voorgestelde quotumverruiming van 3,5 procent. Het kabinet is positief over een versterking van het plattelandsbeleid waarbij een sterkere integratie plaatsvindt van het veelal nog afzonderlijk bekeken markt- en prijsbeleid, plattelandsbeleid, milieubeleid en voedselveiligheidsbeleid. Deze koers sluit aan bij de opvattingen van het kabinet over de overgang naar een duurzame landbouw in economisch, ecologisch en sociaal opzicht. Behalve het verankeren van deze waarden in het markt- en prijsbeleid van het GLB, dient het plattelandsbeleid in een overgangsperiode ondersteuning te geven aan het transitieproces in de landbouw. Door te korten op de inkomenstoeslagen komen middelen vrij die kunnen worden gebruikt voor de versterking van het platteland (modulatie). Het kabinet is van mening dat de vrijkomende middelen moeten worden besteed in de lidstaat waar ze vandaan komen. Als aan deze voorwaarde wordt voldaan, staat het kabinet in principe open voor een grotere overheveling van de directe inkomenssteun naar het plattelandsbeleid dan nu is voorzien. De voorstellen van de Europese Commissie worden de komende maanden verder besproken door de Europese ministers van landbouw. Een groot aantal lidstaten is uiterst kritisch. Het kabinet vindt het voor Nederland uitermate belangrijk dat de voorstellen worden aangenomen, in aanmerking genomen de genoemde kanttekeningen en nadere studies, zodat verdere hervormingen van het GLB in gang gezet kunnen worden. Dit is van groot belang met het oog op de WTO, maar ook met het oog op het transitieproces waarin de landbouw zich bevindt. RVD, 14.02.2003



Deel: ' Kabinet positief over hervorming gemeenschappelijk landbouwbeleid '




Lees ook