Ministerie van Buitenlandse Zaken

het brondocument naar:

Aan de Voorzitter van de

Tweede kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag

Directie Sociale en Institutionele Ontwikkeling

DSI/MY

Bezuidenhoutseweg 67

2594 AC Den Haag

Nederland


Datum

25 februari 2003

Auteur

Brecht Paardekooper


Kenmerk

DSI/MY 020/02

Telefoon

070 3486032


Blad

1/2

Fax

070 3484883


Bijlage(n)

2

E-mail

brecht.paardekooper@minbuza.nl


Betreft

Rapporten "De Ondersteuning van Micro-financieringsprogramma's door Nederlandse Medefinancieringsorganisaties: een Synthesestudie" en "Medefinancieringsorganisaties en Maatschappijopbouw, Synthesestudie"

C.c.

Zeer geachte Voorzitter,

Het is mij een genoegen u hierbij twee rapporten aan te bieden van de Stuurgroep Evaluatie Medefinancieringsprogramma (MFP). Eén rapport betreft een synthese van de drie studies over maatschappijopbouw in India, Nicaragua en Mali, die u eerder toegingen. Het andere betreft een synthese van twee studies over micro-financieringsprogramma's in Sri Lanka en Kenya.

Deze vijf studies zijn reeds meegenomen in het Eindrapport van de Stuurgroep Evaluatie MFP, dat u op 18 november jl. is toegegaan (uw kenmerk buza 02-409). Een laatste studie, over de activiteiten van de MFO's op het gebied van plattelandsontwikkeling in de Sahel, zal u naar verwachting voor de zomer toegaan. Omdat de conclusies van deze twee rapporten al zijn meegenomen in het Eindrapport, zal ik er nu niet meer specifiek op in gaan.

Tijdens het AO van 26 november 2002 (TK 27 433 nr. 11), waar onder andere het Eindrapport van de Stuurgroep werd besproken, heb ik aangegeven met de MFO's in gesprek te gaan, met name over de aanbevelingen van de Stuurgroep op het gebied van maatschappijopbouw. Immers, dit is juist een onderwerp waar de meerwaarde van het particulier kanaal zich zou moeten tonen. Het gaat daarbij om onderwerpen als:


· het ontwikkelen van beleidsdocumenten op het gebied van maatschappijopbouw;

· het bouwen aan een meer divers partnerbestand;

· het afleggen van verantwoording door organisaties en allianties aan hun leden;

· het versterken van planning, monitoring en evaluatie;

· het gerichter complementair werken aan het bilaterale en multilaterale kanaal.
Ook op het gebied van microfinanciering gaat het om het versterken van de toegevoegde waarde van de MFO's. Die kan met name tot uiting komen in flankerend beleid en ­net zoals bij maatschappijopbouw- het definiëren van een eigen rol, die complementair is aan met het bilaterale en multilaterale kanaal.

Elke betrokken MFO zal een plan van aanpak indienen waarin wordt aangegeven hoe zij de aanbevelingen van de Stuurgroep wil opvolgen. Bij het beoordelen van deze voorstellen zullen behalve de algemene aanbevelingen van de Stuurgroep uit het Eindrapport, bovengenoemde punten specifiek worden meegewogen.

In de toekomst zal de IOB de kwaliteit van het geleverde werk van de Medefinancieringsorganisaties (MFO's) toetsen en inspecteren, op basis van eigen evaluaties en met gebruikmaking van de uitkomsten van het samenhangende evaluatiesysteem dat de MFO's zelf hanteren.

De Staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking

A.M.A. van Ardenne-van der Hoeven

===

Zoekwoorden:

Deel: ' Rapporten "De Ondersteuning van Microfinancieringsprogramma's door N.. '




Lees ook